Werkvorm: Associëren

E-docentennieuws item: Werkvorm: Associëren

Neem contact op met ons

Tijdens uw les kunt u cursisten op verschillende manieren met de lesstof laten werken. Ter inspiratie wordt in deze nieuwsbrief steeds één activerende werkvorm beschreven.

Werkvorm: Associëren

De werkvorm ‘associëren' kunt u tijdens uw lesgebruiken als alternatief voor het standaard introductierondje. Met deze werkvorm maken cursisten op een snelle manier kennis met elkaar en komen ze er achter met wie zij iets gemeen hebben.

De werkvorm gaat als volgt: op verzoek van de docent gaat één cursist staan en stelt zichzelf voor. De regel is dat als iemand iets herkent in het verhaal van de spreker, hij opstaat en de beurt overneemt. Elk verhaal van een nieuwe spreker begint met het noemen van de eigen naam en functie en met het benoemen van wat hij gemeen heeft met de vorige spreker. Hij sluit af met wat hij verder over zichzelf wil vertellen.

Volg de onderstaande stappen om de werkvorm toe te passen in de les:

  • Leg eerst de procedure uit. Geef aan dat u een voorstelronde wilt doen en dat straks één cursist begint. Deze persoon vertelt iets over zichzelf. Geef duidelijk aan of u wilt dat mensen alleen werkgerelateerde dingen noemen of ook iets over hun persoonlijke situatie (zoals hobby's).
  • Nodig de eerste cursist uit om te beginnen. Let op de lengte van het verhaal, want de eerste spreker zet de toon voor de rest. Onderbreek zo nodig de persoon of vat samen om het verhaal af te ronden. Als alternatief kunt u ook zelf starten, om de toon te zetten wat betreft de lengte en de inhoud van het verhaal.
  • Stimuleer vervolgens de andere cursisten (non-)verbaal om de beurt over te nemen. Dit kan op twee manieren. Allereerst door zelf de beurt te pakken en een associatie aan te geven en ten tweede door cursisten te stimuleren die u ziet knikken bij het verhaal van de eerste persoon.
  • Zodra de associatieketting stopt, geeft u iemand de beurt om opnieuw te beginnen.
Werkvorm-associëren