Werkvorm carrousel

E-docentennieuws: Werkvorm carrousel

Neem contact op met ons

Tijdens uw les kunt u cursisten op verschillende manieren met de lesstof laten werken. Ter inspiratie wordt in deze nieuwsbrief steeds één activerende werkvorm beschreven.

Werkvorm: carrousel

Bij de werkvorm ‘carrousel' wordt de groep opgedeeld in een aantal subgroepen. Elke groep start bij een onderdeel uit de carrousel. Na een bepaalde tijd draaien de groepen door. Deze werkvorm biedt de mogelijkheid om cursisten meer te activeren door in kleine groepen te werken. Ook kan er zo een variatie van inhoud aangeboden worden en is er meer ruimte voor individuele inbreng van cursisten.

U kunt verschillende soorten onderdelen opnemen in de carrousel. Denk bijvoorbeeld aan cases waarbij cursisten theorie moeten toepassen in praktijksituaties, het oefenen van vaardigheden in een rollenspel, gedachtewisseling over praktijkervaringen, analyseren van video-opnamen, etc.

De werkvorm past u als volgt toe in uw les:

  • Introduceer de aanpak. Leg uit dat de cursisten in groepen gaan werken en dat ze tijdens de les een aantal onderdelen van de carrousel zullen doorlopen. Leg van ieder onderdeel duidelijk het doel uit en geef aan wat het onderdeel moet opleveren. Vermeld ook dat cursisten na een bepaalde tijd moeten doordraaien.
  • Geef duidelijk aan wie bij welk onderdeel begint. Laat cursisten hun plaats innemen en geef het startsein dat de groepen kunnen beginnen.
  • Zorg dat u de groepen vijf minuten voor het eind vertelt dat er bijna gewisseld gaat worden. Geef een duidelijk signaal als de groepen moeten wisselen. Herhaal dit voor de overige rondes.
  • Sluit ten slotte gezamenlijk af met een terugblik op de onderdelen.
Werkvorm carrousel